Vaste mest uitrijden in het najaar: regels en tips
Het oogstseizoen loopt ten einde en daarmee ook de bemestingswerkzaamheden. Maar wat mag er in het najaar nog met vaste mest? In dit artikel lees je de belangrijkste regels en tips voor akkerbouw en grasland.
Op veel akkerbouwbedrijven is het nu een drukte van belang met het binnenhalen van de oogst. Met name in het uitzonderlijk droge Zuidwesten moet helaas een pas op de plaats gemaakt worden om de aardappelpercelen met de huidige (zeer) hoge onderwatergewichten met behoud van productkwaliteit binnen te kunne halen. In de noordelijker gelegen kleiregio’s zijn tussen de buien door vooral uien opgeladen en ingeschuurd. Ook de eerste bietenpercelen zijn ondertussen al gerooid en geleverd. Met al dit oogsten komt ook het bemestingsseizoen ten einde. Wat blijft er in dit kader nog over aan werkzaamheden?
Op dit moment ligt er hooguit nog wat vaste mest in depot om aan het eind van de groenbemesterteelt uit te strooien en vervolgens onder te ploegen (inwerken is op bouwland verplicht). Aanwenden van vaste graasdiermest op klei bouwland vóór 1 september betekent een stikstofwerkingscoëfficiënt van 40%. Aanwenden in de periode 1 september t/m 31 januari betekent een N-wc van 30%. Als er aansluitend op graan, graszaad of koolzaad een niet-vlinderbloemige groenbemester gezaaid is, krijgt u op de klei- en lössgronden de stikstofnorm alleen als de groenbemester tot 1 februari blijft staan.
Op (tijdelijk) grasland is het op dit moment niet toegestaan vaste mest uit te rijden. Dat is pas mogelijk vanaf 1 december (t/m 15 september 2026). Vaste mest op grasland hoeft niet te worden ondergewerkt. Grasland (t.b.v. beweiding of voerproductie) mag van 1 december t/m 31 december worden vernietigd als het eerstvolgende gewas geen gras is. Grasland scheuren mag vervolgens pas weer na 1 februari t/m 15 september (2026). Als grasland in deze periode vernietigd wordt, is voor de volgende teelt een Nmin monster in het voorjaar nodig om te mogen bemesten.
Al deze regels zijn bedoeld om te vermijden dat stikstof uitspoelt. Kijk daarnaast of er soms nog extra regels zijn bij de zogeheten conditionaliteiten in het GLB. Derogatiebedrijven met vee hebben soms weer andere regels aangaande het vernietigen van grasland bestemd voor voederdoeleinden. Wat dat betreft maken ze het beleid er niet eenvoudiger op.
Grondbewerking na oogst
Geoogste uien- en bietenpercelen zijn vaak percelen waar wintergraan op komt voor het komend teeltseizoen. Trek op deze percelen hooguit met een woeler het sproeispoor (en eventuele andere rijsporen) los, maar niet het gehele perceel als er niet gelijk gezaaid wordt. Om overdracht van ziekten te vermijden is het beter om na half oktober wintertarwe te gaan zaaien. Wintergerst met tolerantie tegen het dwergvergelingsvirus mag wat eerder dan wintertarwe worden gezaaid. De laatste jaren is zaaien in oktober prima voor wintergerst om een voldoende gewasontwikkeling voor de winter te realiseren. Het advies is om niet in september te zaaien.
FAQ
Wat zijn de regels voor vaste mest op bouwland in het najaar?
Voor 1 september geldt een stikstofwerkingscoëfficiënt van 40%. Van 1 september t/m 31 januari is dit 30%. Inwerken is verplicht.
Mag ik vaste mest uitrijden op grasland?
Ja, vanaf 1 december t/m 15 september. Onderwerken is niet nodig.
Wat is het doel van deze regels?
De regels zijn bedoeld om stikstofverliezen door uitspoeling en emissies te beperken.
Wanneer zaai ik het beste wintertarwe na bieten of uien?
Advies: na half oktober, om overdracht van ziekten te vermijden.
Bron: Delphy, OCI

