3 jaar terugkijken must bij verlagen grasaandeel in bouwplan
We zitten weer in de donkere dagen van het jaar. Weinig opbrengsten van de zonnepanelen, misschien gelukkig in huis ook weinig stookkosten voor de verwarming. Door de relatief hoge temperaturen echter wel vies, vochtig weer. Alles bij elkaar dus weer lekker Nederlands weer, waarbij altijd wel iets te mekkeren valt. Datzelfde geldt in deze tijd van het jaar als we een vooruitblik naar het komende jaar maken. Hoe staat het met de wetgeving die op ons afkomt?
Voornaamste verandering is het volledig wegvallen van de derogatie. Onze minister is nog wel hard aan het werk om enige vorm van derogatie te behouden. Of dit wel of niet gaat lukken zal de tijd leren; afhankelijk van de bron die je raadpleegt wordt er licht positief tot zwaar negatief naar gekeken. Zoals gezegd de tijd zal het leren.
Wat zijn de gevolgen van het wegvallen van derogatie? Allereerst vervalt de eis van meer dan 80 % grasland. Op veel bedrijven zal het nauwelijks een issue zijn, maar er zijn ook bedrijven die graag de ploeg in het gras zetten om bijvoorbeeld zelf meer mais te gaan telen. Of dit wel of niet aantrekkelijk is, is ook weer wisselend per bedrijf. Denk echter wel van te voren goed na, om niet naderhand met verrassingen geconfronteerd te worden. Wordt het grasaandeel namelijk minder dan 75%, dan gaat de verplichte gewasrotatie vanuit het GLB gelden (met terugwerkende kracht t/m 2023). Drie jaar terugkijken is dus een must bij het echt verlagen van het grasaandeel in het bouwplan.
Aanvoer kunstmestfosfaat weer toegestaan
Voor de klei- en veengronden vervallen de aanvullende eisen rond graslandvernietiging, zoals de verplichting van de teelt van een N-behoeftig gewas en de N-korting. Op zand- en lössgronden blijft dit wel van toepassing.
Voordeel van het wegvallen van de derogatie is dat de aanvoer van kunstmestfosfaat weer is toegestaan. Of aanvoer daadwerkelijk nodig is, moet blijken uit de (niet-verplichte) grondmonsters. Ga niet strooien alleen vanwege het simpele feit dat het weer mag.
De verplichting van het (laten) nemen van grondmonsters vervalt dus. Vanuit landbouwkundig oogpunt blijven ze wel gewenst. Ook voor fosfaatdifferentiatie zijn ze nodig, anders komt alle grond standaard in fosfaat klasse hoog (dus maar 40 kg fosfaat/ha op bouwland).
Blijven er ook zaken hetzelfde? Ja, natuurlijk. Zo blijft een bemestingsplan verplicht voor alle bedrijven, we houden bufferstroken en we houden productieplafonds voor N en P. Iets wat ook blijft is de verplichting van de aanvullende gegevens landbouwer. Hierin moet de voorraad mest (dierlijk en kunstmest) met gehalten doorgegeven worden aan de RVO. Ook de aanvoer van kunstmest moet hierin dus worden meegenomen. Waarschijnlijk moet ook de opslagcapaciteit van dierlijke mest doorgegeven worden, maar dat is nog niet duidelijk. Goed om te weten is dat de NVWA heeft aangegeven dat ze ook deze winterperiode vanaf medio december tot medio februari weer fysiek op de bedrijven gaan kijken, meten en tellen aan de werkelijke mestvoorraad.
Bron: PPP-Agro Advies

