Stikstof bij maïs zaaien: waarom een beetje N in de rij loont
Het is eind april, de eerste mais is inmiddels gezaaid. Voor een deel betreft dit percelen die vóór 1 september geoogst moeten worden in verband met het verplichte rustgewas. Ondanks dat het nog redelijk vroeg is, is nu zaaien prima als de omstandigheden goed zijn. De mais kiemt dan vlot en groeit ook meteen door. Echter, de meest geschikte gronden zijn vaak licht. Dat betekent snel opwarmen, maar ook snel afkoelen, zeker bij nachtvorst. Wat kun je doen om de gevolgen hiervan te beperken?
De kunst is om bij het zaaien een mooi los laagje bovenop te krijgen en daaronder meer de ‘vaste’ grond. Dit bovenlaagje is dan een soort buffer om de warmte op te nemen (en door te geven naar de ondergrond) en tegelijkertijd om de afkoeling te vertragen. Om de start extra vlot te laten gaan is een beetje N in de rij meestal wel goed. Zeker de mais die voor 1 september geoogst moet zijn (en dus ook rijp moet zijn), moet vlot starten en snel doorgroeien.
Deze vroeg te oogsten mais heeft in totaliteit relatief weinig N nodig en daarnaast een lagere plantdichtheid. Hoe ruimer de stand en hoe lager het stikstofaanbod, hoe sneller de mais over gaat van vegetatief (dus blad en stengel) naar generatief (kolfvulling en afrijping). De kunst is om daar het optimum te vinden. Uiteraard telt dit optimaliseren voor alle mais, maar afhankelijk van de het doel zijn er toch wel hele duidelijke keuzes te maken, al lijken het voor je gevoel maar accentverschillen.
Nu goed plannen, nadenken geeft verder in het jaar minder zorgen!
Bron: PPP-Agro Advies



