Neem op zandgronden alvast een bodemmonster ter voorbereiding op komend teeltjaar
Het einde van een teeltseizoen betekent ook het begin van een nieuw seizoen! Om goed voorbereid te zijn op dit nieuwe seizoen is het belangrijk de status van je percelen te kennen. Hoe is de situatie als het gaat om aaltjes, pH-waarde en fosfaattoestand? Laat daarom de komende periode je percelen bemonsteren en analyseren.
Juiste teeltmaatregelen voor beheersing aaltjes
Uiteraard is het belangrijk om goed op de hoogte te zijn van de huidige aaltjessituatie in je percelen. Welke aaltjes zijn aanwezig en in welke omvang? Voor bijvoorbeeld aardappelmoeheid geldt dat het goed is om vóór het telen van aardappelen te weten of en hoeveel van de cysten en levende larven aanwezig zijn in het perceel. Dit beïnvloedt teeltdoel en rassenkeuze. Voor vrijlevende en wortelknobbelalen is het belangrijk om vóór het gewas waar een groenbemester achteraan wordt geteeld te bepalen wat de status is. Een goede groenbemester is de beste methode om dit type alen te bestrijden en problemen in latere teelten te voorkomen of te verkleinen.
Tijdig grondonderzoek
Grondonderzoek in het najaar heeft als voordeel dat tijdig inzicht wordt verkregen in de status van de pH van een perceel. In geval van zetmeelaardappelen is het voldoende laag houden van de pH een praktijkmaatregel om schade door aardappelmoeheid te beperken. Alleen voor bijvoorbeeld bieten of hennep loont het om de pH iets te laten stijgen.
Zijn er weinig problemen met aardappelcystenaaltjes, dan kan de pH ook een paar tienden worden verhoogd. Dit bevordert in het algemeen de opneembaarheid van diverse nutriënten. Een uitzondering hierop is mangaan; mangaan laat bij een hogere pH sneller gebreksverschijnselen zien. Mangaangebrek is overigens eenvoudig op te lossen door het toe te voegen aan bespuitingen, maar is wel een aandachtspunt.
Voor de verhoging van de pH wordt vaak een bekalking uitgevoerd. Kalk heeft tijd nodig om zijn werk te doen. Daarom is, zeker bij een hele lage toestand, een najaarsbekalking aan te bevelen. Geef nooit meer dan 2000-2200 kg Neutraliserende Waarde. Deze hoeveelheid is globaal de maximale hoeveelheid die een bodem in een seizoen aan kan; meer kalk geven heeft geen meerwaarde. Moet er op basis van de gewenste streefsituatie toch meer worden gegeven, doe dit dan in twee giften (eentje dit jaar en eentje volgend jaar). Is er slechts sprake een kleine pH-reparatie (0,2- 0,3), dan kan een onderhoudsbekalking prima in het voorjaar worden uitgevoerd.
Tijdig grondonderzoek brengt niet alleen de pH-situatie in kaart, ook kan vroegtijdig bijvoorbeeld een lage kalitoestand in beeld worden gebracht. In het voorjaar kan dan tijdig worden gestart met een extra gift.
Ook fosfaattoestand kan nu al bemonsterd worden
Om in 2026 gebruik te kunnen maken van fosfaatdifferentiatie mogen de grondmonsters niet ouder zijn dan 15 mei 2022. In het verleden waren voor de bepaling van het PW-getal januari en februari gunstige maanden om te monsteren. Met de nieuwe gecombineerde parameters P-AL en P-PAE maakt tijdstip van bemonsteren veel minder uit. Vooral als recent geen organische mest is uitgereden op betreffende percelen, dan kunt u nú al het nieuwe monster laten nemen. Is er recent wel nog organische mest uitgereden, wacht dan tot het vroege voorjaar met monstername om een negatieve beïnvloeding op de bemonsteringsuitslag zo veel mogelijk te voorkomen.
Bron: Delphy

