Mangaan en borium in aardappelen: monitor en corrigeer tijdig

In aardappelen zien we in deze periode regelmatig dat de beschikbaarheid van mangaan en borium aan de lage kant is, met name op zandgronden. Bladsapmetingen bevestigen dit ‘tekort’.
De lagere gehaltes hangen deels samen met de huidige bemestingspraktijk. Door beperkingen in NV‑gebieden wordt vaak minder dierlijke mest, met daarin kleine hoeveelheden sporenelementen als mangaan en borium, toegepast. De toegepaste hoeveelheid beperkt zich veelal rond de 30 m³ rundveedrijfmest per hectare. Daarnaast kan de opname via de bodem beperkt zijn door droogte, pH of een minder ontwikkelde beworteling, waardoor tekorten sneller zichtbaar worden.
Wanneer gehaltes te laag zijn, kan correctie plaatsvinden via bladmeststoffen. Dit is met name zinvol wanneer opname via de wortel tijdelijk beperkt is. Richtlijn is 300 g/l borium en/of 500 g/l mangaan. Dit kun je verdelen over meerdere toepassingen, bijvoorbeeld in 2 keer. Monitor dus de nutriëntenstatus via bladsapmetingen en stuur waar nodig bij. Bij lage gehalten aan mangaan en borium is het raadzaam deze gericht mee te spuiten. Voer toepassingen bij voorkeur uit onder goede groeiomstandigheden, zodat de opname door het gewas optimaal is.
Bron: Delphy



