Gewasgroepsindeling kali-advies gewijzigd
De Commissie Bemesting Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt het de groepsindeling van de gewasgroepen gewijzigd op basis van recent nieuw onderzoek. De basis voor de nieuwe indeling is de gewasopname en -afvoer van kali met het oogstproduct en het effect van kali op de productkwaliteit. De gewasopname is de totale hoeveelheid kali in het gewas. De afvoer is het deel dat het perceel verlaat in het geoogste product.
Bij een goede kalitoestand kan de bodem veelal voldoende kali leveren om te voorzien in de gewasbehoefte en kan worden volstaan met een gift ter hoogte van de kaliafvoer met het geoogste product, tenzij een hogere of lagere kaligift gewenst is omwille van kwaliteitsaspecten. Bij een lage toestand is het van belang dat de kaligift voldoende hoog is om te voorzien in de totale kaliopname door het gewas. Dit geldt met name voor gewassen waarbij er een groot verschil is tussen kaliafvoer en totale kaliopname, zoals onder andere bij koolgewassen. In dat geval moet er meer kali worden gegeven dan de afvoer.
Voor de indeling van de gewassen in groepen is uitgegaan van gemiddelde praktijkopbrengsten en het gemiddelde kaliumgehalte in het gewas.
Uien en aardappelen niet meer in dezelfde gewasgroep
In de oude gewasgroepindeling zaten bijvoorbeeld aardappelen en uien in dezelfde groep. Op basis van het nieuwe onderzoek blijkt nu dat de afvoer van uien toch echt minder is dan bij aardappelen. Daardoor zitten beide gewassen in de nieuwe indeling dan ook in een verschillende groep. Voor een aantal koolgewassen is er een eigen groep gekomen, omdat daar de kaliopname in het gewas veel groter is dan wat er afgevoerd wordt.
Tabel. Indeling gewasgroepen bij het kali-advies op basis van K-CaCl2, CEC en K-CEC (bron: CBAV)
| Gewasgroep | Gewassen |
|---|---|
| 0 | bloemkool, spruitkool, broccoli, sla, dahlia, gladiool |
| 1 | consumptieaardappelen, pootaardappelen, wortelen, witte kool, rettich, knolvenkel, andijvie, luzerne, witlofwortels, spinazie, knolselderij, bleekselderij, rode kool, kroten, overige groentegewassen |
| 2 | zetmeelaardappel, tulp |
| 3 | suikerbieten, snijmaïs 1, cichorei, bospeen, voederbieten, vezelhennep, Chinese kool, hyacint, iris, lelie, narcis, koolraap |
| 4 | uien, prei, haver, graszaad, landbouwerwten, klaver, wikken, boerenkool, bruine bonen, peterselie |
| 5 | wintergerst, wintertarwe, zomergerst, overige granen, aardbei, conservenerwten, stamslabonen, tuinbonen, veldbonen, blauwmaanzaad, vlas, karwij, asperge, zaadbieten, radijs, krokus, schorseneren, spitskool, suikermais, andere zaadgewassen |
1 Bij een verwachtte opbrengst >13 ton droge stof per ha kan de bemesting worden verhoogd met 10 kg K2O per ton droge-stofopbrengst.
Bron: Delphy, OCI

