Basis stikstofbemesting suikerbieten op klei
| Stikstofbemesting suikerbieten op kleigrond |
|---|
| Algemene bemestingsrichtlijn |
| Kg N/ha = 200 – (1,7 x Nmin in de laag 0-60 cm) |
- bovenstaand advies toepassen bij een Nmin tussen 0-100 kg/ha
- is Nmin 101-140 kg/ha dan is de algemene bemestingsrichtlijn 30 kg N/ha
- is Nmin >140 kg/ha, dan is de algemene bemestingsrichtlijn 0 kg N/ha
- in verband met zoutschade is het advies vóór het zaaien sowieso niet meer dan 120 kg N/ha te geven
- is de adviesgift hoger, geef dan het resterende deel na opkomst (4-6 blaadjes)
- geldig voor alle rassen
- is de Nmin niet op basis van een grondmonster vastgesteld, reken dan met een gemiddelde Nmin van 35-55 kg N/ha afhankelijk van zwaarte grond en neerslaghoeveelheid winterperiode
Correcties op de algemene bemestingsrichtlijn
De berekende stikstofgift op basis van een Nmin-monster moet, indien van toepassing, gecorrigeerd worden voor:
· teelt van zwaar ontwikkelde niet-vlinderbloemige groenbemester; -30 kg;
· teelt kruisbloemige groenbemester (bladrammenas, gele mosterd); 0 kg;
· teelt van licht ontwikkelde niet-vlinderbloemige groenbemester; -15 kg;
· teelt van zwaar ontwikkelde vlinderbloemige groenbemester; -60 kg;
· teelt van licht ontwikkelde vlinderbloemige groenbemester; -30 kg;
· dierlijke mestgift in voorafgaand najaar (N uit Norg), zie onderstaande tabel
· gescheurd grasland: éénjarig -20 kg; (50 kg igv géén Nmin monster)
· gescheurd grassland: meerjarig -45 kg; (100 kg igv géén Nmin monster)
· slechte structuur, ondiepe beworteling; +25 kg
| Tabel. Hoeveelheid stikstof als percentage van N-totaal, vrijkomend tussen 1 maart en 31 augustus uit de organische stof in dierlijke mest en compost op percelen zonder groenbemester. | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| Mestsoort | Toedieningstijdstip | ||||
| augustus | september | oktober | november | december | |
| dunne mest | |||||
| varkens | 10 | 12 | - | - | - |
| zeugen | 10 | 12 | - | - | - |
| kippen | 10 | 13 | - | - | - |
| rundvee | 10 | 13 | - | - | - |
| vaste mest | |||||
| leghennen | 22 | 28 | 35 | 40 | 43 |
| kippenstrooisel | 20 | 20 | 30 | 30 | 40 |
| vleeskuikens | 19 | 24 | 29 | 33 | 36 |
| rundvee | 18 | 20 | 24 | 26 | 28 |
| varkens | 17 | 20 | 23 | 25 | 27 |
| compost | |||||
| champost | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
| GFT | 10 | 10 | 10 | 10 | 10 |
Bron: Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen, Wageningen UR, OCI Agro, IRS.

