Februari maand van de N-min bemonstering: meten = weten!
De meeste gewassen hebben een N-richtlijn met daarin een verrekening voor de hoeveelheid stikstof (Nmin) die na de winter in het voorjaar (februari-maart) nog aanwezig c.q. beschikbaar is. Februari is de beste maand voor bemonstering op N-mineraal voorraden; kennis van de voorraad maakt een meer op de omstandigheden afgestemde N-gift mogelijk die minder gevoelig voor is verliezen.
Vooral voor suikerbieten, wintergraan en diverse aardappelrassen, is het zinvol de eigen perceelsituaties te kennen. Dit geldt zeker als er een najaarsbemesting is uitgevoerd voor deze teelten. Ook de N-korting van 20% in de NV-gebieden maakt het voor diverse percelen belangrijker de uitgangssituatie goed te kennen. Wacht niet te lang met de bemonstering, omdat bij oplopende bodemtemperaturen (vanaf eind februari) ook de mineralisatie weer op gang komt. Hierdoor wordt het N-mineraal monster minder representatief.
Meststoffenkeuze versus emissie
Om meer grip op de bodem-N te krijgen stimuleert de overheid vanggewassen. Daarnaast zal de komende jaren steeds meer aandacht komen voor de gasvormige emissie naar de lucht van meststoffen. KAS is een meststof waaruit nauwelijks N vervluchtigt. Ureumhoudende meststoffen zijn veel gevoeliger, met name bij toepassing op kalkhoudende gronden. Deze meststoffen moeten direct in contact komen met vochtige grond om de N vast te leggen. Het volvelds toepassen van Urean op droge grond is veel gevoeliger voor emissie dan bijvoorbeeld een rijentoepassing in de grond.
Het is nodig om de N-gift beter af te stemmen op de behoefte. Ga niet uit van de standaard N-gebruiksnormen. Het verlagen van de N-verliezen is noodzakelijk om strengere normen zo lang mogelijk voor te blijven (en beter nog: liefst aan te ontkomen).
Bron: Delphy, OCI

