Vraagt uw teeltsysteem om aanpassing voor voldoende vocht en voeding?
De bemesting van de meeste akkerbouwgewassen is uitgevoerd. Alleen voor laat te oogsten gewassen als winterpeen en knolselderij, zal er misschien, afhankelijk van het zaaitijdstip, nog een bemesting gepland staan in augustus en/of september. Op veel plekken is het wel heel droog en is beregening, irrigatie of fertigatie noodzakelijk om de gewassen van voeding te voorzien. Zeker het zuidwesten van Nederland heeft veel minder neerslag gehad dan de noordelijke kleigebieden en grote delen van Flevoland (lokale moessons daargelaten).
Om meeldauw in peen zo min mogelijk kans te geven, is een continue groei van het gewas noodzakelijk. Ook is er nog voldoende chemische ondersteuning (fungiciden) beschikbaar om een aantasting te beperken. Daarnaast kan een groen middel als bijvoorbeeld Kumar (op basis van kaliumwaterstofcarbonaat) een alternatief zijn. Dit voedingselement in deze chemische vorm kent fungicide-achtige kenmerken.
Vocht en voeding steeds belangrijker voor voldoende handelingsperspectief
Een situatie van genoeg handelingsperspectief tegen ziekten en plagen geldt vanaf volgend jaar niet meer voor álle gewassen. Er zijn gewassen waarin het steeds moeilijker wordt bepaalde plagen kunnen beheersen. Eén daarvan is de uienteelt; na aardappelen voor veel akkerbouwers vaak de belangrijkste teelt in het bouwplan. In dit gewas is de bemesting verder uitgebreid en wordt vaak op een soort tuinbouw-achtige manier uitgevoerd met een paar bemestingsmomenten in het seizoen. Nu daar vanaf volgend jaar belangrijke insecticiden niet meer in de teelt zijn toegelaten tegen met name thrips en de problemen met bonen-en uienvlieg toenemen, komt de focus nog meer te liggen op een goede vochtvoorziening in combinatie met het beschikbaar hebben van nutriënten om optimale en snelle groei van de gewassen te waarborgen.
Nadenken over aanvullende maatregelen
Wil je als akkerbouwer ook komend jaar weer uien in je bouwplan opnemen, dan is het goed over een aantal zaken na te denken. Ten eerste de vraag hoe goed je op de beoogde percelen de vochtvoorziening kunt reguleren? Groei in uien is vaak een goede preventieve maatregel om thripsschade te beperken. Een vroege thripsaantasting in een jong uiengewas kan makkelijk zorgen voor groeistagnatie. Door vol in te zetten op groei is het nadenken over voeding en watervoorziening noodzakelijk; afhankelijk van de uienvliegvlucht wordt dit in een toenemend aantal gebieden steeds belangrijker.
Of een aanvullende vochtvoorziening met bovenover beregenen met kanon/boom of door druppelirrigatie of fertigatie wordt uitgevoerd zal van ondernemer tot ondernemer verschillen. Wel is inmiddels een trend zichtbaar dat watervoorziening en/of voeding via druppelslangen toeneemt.
Aanpassen teeltsysteem?
Ten tweede moet de bodemvruchtbaarheid en bodemstructuur op een goed niveau zijn om het gewas lekker te laten groeien. Daar hoort ook bij om na te denken over het eventueel aanpassen van het teeltsysteem als de uien vaak niet optimaal kunnen groeien door compactheid van de grond, slechte vochtvoorziening etc.
Om vlotte wortelgroei en wortelvolume te stimuleren zijn er tegenwoordig verschillende systemen die een diepere grondbewerking vragen en daarmee meer losse grond creëren waar de ui in weg kan groeien in vergelijking met de standaard vlakveldsteelt. Dit kan met verhoogde beddenteelt, teelt op afgeschoven aardappelruggen op 75 cm of witlofruggen op 50 cm. In tijden van stress is de plant met een groter wortelgestel weerbaarder voor de weersomstandigheden en kan de plant meer voedingsstoffen en vocht opnemen.
Welk systeem het beste zou passen is iets om de komende tijd over na te denken en met adviseurs te bespreken, zodat er voor volgend jaar mogelijk een aanpassing met de benodigde mechanisatie kan plaatsvinden.
Bron: Delphy

