Vruchtwisseling mogelijke oplossing na problemen builenbrand
Met de hitte en de droogte heeft mais enerzijds laten zien dat het een plant is van tropische afkomst. Anderzijds is het belang van vocht ook aangetoond, ondanks dat het een gewas van tropische afkomst is.
Zonder beregening of een andere manier van water verstrekken heeft de zomer in dit gewas toch wel zijn sporen achtergelaten. Zo was builenbrand dit jaar een veel voorkomend probleem. Welke gevolgschade is te verwachten na deze weersextremen?

Tijdens het groeiseizoen was het al zichtbaar, bladeren die boven de kolf gewoon verbrand waren door de instraling, zeker in combinatie met de soms harde wind. En uiteraard het gebrek aan vocht tijdens de bloei. Veel snijmaïs is inmiddels al geoogst, met wisselende opbrengsten in het hele land. Iets koelere regio’s met meer vocht (waar het normaal eigenlijk net te koel en te vochtig is) hebben nu topopbrengsten gerealiseerd. Regio’s waar het normaal ‘perfect’ is, zijn nu net wat minder; hier is het te heet en te droog geweest. Daarnaast zijn er ook de nodige percelen die ‘gewoon’ helemaal mislukt zijn. Geen kolf of een plantontwikkeling van maar krap 1 meter. Mais laat hiermee zien dat het geen zekerheidje is onder álle teeltomstandigheden.
Builenbrand vraagt aanvullende maatregelen
Zoals eerder gezegd is builenbrand is dit jaar een veel voorkomend probleem geweest. Op licht besmette percelen zal de (vervolg)schade meevallen, op zwaar besmette percelen zal de voederwaarde en de smakelijkheid van de kuil uiteindelijk niet mee gaan vallen.
Maar wat gebeurt er nu verder? De sporen van de builenbrand kunnen gedurende meerdere jaren overleven in de bodem. Is het dan verstandig om volgend jaar weer mais te telen op deze percelen? Of toch liever wisselbouw en enkele jaren een ander gewas? Vanuit wet- en regelgeving is wisselbouw steeds dwingender een item, maar vanuit oogpunt van ziekteonderdrukking is het in dit verband een goed onderwerp. Enkele jaren bijvoorbeeld gras, aardappelen of bieten telen geeft wel een buffer om de builenbrand weer terug te dringen.
Waarschijnlijk is het vanggewas al gezaaid, en dat moet ook blijven staan, maar kijk toch eens vooruit om problemen volgend jaar voor te blijven.