Groenbemestingsnorm nateelt op zand- en lössgronden: wat mag en wat loont?
Diverse gewassen zijn door de droge omstandigheden vroeg rijp dit jaar. De oogst van wintergerst is op vele plekken al aan de gang of zelfs al achter de rug. De oogst van wintertarwe gaat binnen zeer afzienbare tijd ook weer van start. Hoe zat het ook alweer met de stikstofgebruiksruimte na groenbemesters op zandgronden?
Vroege oogst maakt ook teelt grasgroenbemester mogelijk
Alleen na graan, graszaad en koolzaad kunt u bij een niet-vlinderbloemige groenbemester, die minimaal tot 1 februari in het opvolgende jaar blijft staan, rekenen met een extra gebruiksnorm voor groenbemesters van 40 kg N (voor zand- en lössgrond in NV gebied, voor niet-NV gebied 50 kg N). Nu de graanoogst naar alle waarschijnlijkheid vroeg plaatsvindt, is er ook een mogelijkheid om een gras-groenbemester in te zaaien en deze op te geven als tijdelijk grasland. Uiteraard kan dit ook bij andere gewassen die vóór 15 augustus geoogst worden (bijv. tulpen, conserven, winter- en plantuien, vroege aardappelen, etc.). Om voor de volledige norm van 64 kg N (in NV gebied) te kunnen opteren, moet de (gras)groenbemester uiterlijk op 15 augustus gezaaid worden en minimaal tot 15 oktober blijven staan. Als u in graan gras als onderzaai heeft gezaaid, dan telt deze natuurlijk vanaf het moment van oogsten direct mee. Let wel: tijdelijk grasland telt alleen mee als u kunt bewijzen dat het gras gebruikt is voor voederdoeleinden. Er dient dus gemaaid worden, gehooid/gedroogd, gehakseld en gekuild/geperst te worden waarbij men middels facturen of voorraden kan aantonen dat het gras dan ook daadwerkelijk als veevoeder gediend heeft. Redt u het niet om het gras vóór 16 augustus in te zaaien? Dan wordt de norm verlaagd naar 20 kg N (niet-NV gebied 25 kg N). Een graszaadstoppel heeft standaard een N-norm wanneer deze op zand- en lössgronden blijft staan tot en met 1 december.
Houd wel rekening met aaltjessituatie
Tijdelijk grasland is een mogelijkheid om toch met een stikstofnorm de organische stofvoorziening te verbeteren. Gras heeft echter ook nadelen. Door de vroege zaai van het gras is het bij lichtere zavelgronden vanwege de vrijlevende aaltjes (o.a. trichodorus) minder verstandig om voor gras te kiezen. Ook is bij gras de kans op bodeminsecten (bijv. ritnaalden en emelten) groter.
Keuze groenbemester
Voor de vroeg vrijkomende percelen is de keuze van groenbemesters actueel. De keuze kan vallen op een enkelvoudige groenbemester of op een mengsel. Een mengsel is prima geschikt als er of het betreffende perceel geen specifieke aaltjesproblemen zijn. Veel mengsels bevatten echter rammenas-achtige, die weliswaar goed zijn voor de structuur en stikstofbenutting, maar slakken kunnen vermeerderen. Japanse haver en Sorghum komen eveneens vaak voor in mengsels. Van beide is bekend dat ze Fusarium oxysporum, een schadelijke bodemschimmel in de uienteelt, kunnen vermeerderen, ook als ze slechts in kleine hoeveelheden aanwezig zijn. Komt er in 2026 uien op het perceel, kies dan bij voorkeur voor een groenbemester zonder deze soorten. Zitten er hoge aantallen alen in een perceel? Stem de keuze dan zoveel mogelijk af op de aanwezige aaltjessoorten. Houd bij grasachtige groenbemesters ook rekening met opslag; deze kan nog jaren later opduiken als storend onkruid. Kijk dus kritisch naar de samenstelling en eigenschappen van groenbemesters en stem uw keuze goed af op het bouwplan, de aaltjesdruk en de gevoeligheid van gewassen voor bodem-gebonden ziekten.
| Soort | Pratylenchus Penetrans | Trichodorus | Chitwoodi | Hapla (wortelknobbel) | (BCA) Bieten-cystenaaltje |
|---|---|---|---|---|---|
| Bladrammenas | ●●● | ●●● | - R | ●● | - R |
| Japanse Haver | - | ? (●●● op basis ervaring) | ●●● | - | - |
| Tagetes | - - | ? (●●● op basis ervaring) | - | - | - |
| Engels Raaigras | ● | ●●● | ● | - | - |
| Gele mosterd | ●● | ●●● | ●● | ● | - |
| Rogge | ●●● | ? (●●● op basis ervaring) | ●●● | - | - |
| Italiaans Raaigras | ●●● | ●●● | ●●● | - | - |
| Facelia | ●●● | ● | ● | ●● | - |
| Wikke | ●●● | ●●● | ● R | ●●● | - |
| Legenda | - - | - | ● | ●● | ●●● | R |
| Actieve afname | Natuurlijke afname | Lichte vermeerdering | Matige vermeerdering | Sterke vermeerdering | Ras afhankelijk |

