Vroeg zaaien: slim voordeel of onnodig risico?
Op diverse plekken is een begin gemaakt met het zaaien van bieten en uien. Zo vroeg kan een voorsprong geven voor de rest van het seizoen, zeker als de weersomstandigheden voorlopig mild blijven. Wordt het langere tijd koud en nat, dan zijn er de nodige risico’s omdat veel bodemprocessen afhankelijk zijn van de bodemtemperatuur. Is deze lang (te) laag, dan bemoeilijkt dit het proces van herstel en groei. Wat zijn zoal nadelige gevolgen van vroeg zaaien?
Naast risico’s op nog winterse omstandigheden na het zaaien van de gewassen, zijn er vooral ook risico’s op structuurbeschadiging wanneer er net niet onder optimale omstandigheden wordt gewerkt. De bovengrond kan prachtig zijn en uitnodigen om vroeg het land op te gaan, maar de ondergrond, essentieel voor de draagkracht van de machines, kan al snel nog onbekwaam zijn met verdichting tot gevolg. Een verdichte ondergrond betekent een verminderd aantal macroporiën. Daardoor is er minder zuurstof in de bouwvoor aanwezig en worden wortelactiviteit en microbiële processen (o.a. nitrificatie) geremd. Wordt het aansluitend dan toch weer nat, dan kan het water slechter infiltreren naar diepere gedeelten van de bouwvoor. Ook vergroot een slechte structuur de kans op denitrificatie van stikstof met vervluchtiging uit de bouwvoor tot gevolg. Vaak zijn de sporen waar gereden is het hele seizoen zichtbaar in het perceel door achterblijvende groei of minder planten.
Op plaatsen in de bouwvoor waar zuurstofgebrek heerst, zal een plantenwortel niet doorgroeien. Dat beperkt dus de bewortelingsdiepte en vertakkingen van het wortelgestel. Immobiele nutriënten zoals fosfaat en sommige micro-elementen (mangaan, zink) zijn slechter vindbaar voor de wortels en worden minder opgenomen. Een tekort aan opneembaar fosfaat remt veelal de jeugdgroei af, waardoor de plant trager groeit of zelfs stil komt te staan.
Afhankelijk van de granulaire samenstelling en organische stof percentage van de grond, kan bij veel neerslag na het zaaien korstvorming en verslemping optreden. Hierdoor wordt de gasuitwisseling beperkt en kunnen de jong gekiemde gewassen niet door de korst heen komen, waardoor stress ontstaat. Vaak wordt het vocht opgesloten, waardoor de grond kouder blijft en daarmee een gereduceerde groei veroorzaakt. Het breken van de korst met bijvoorbeeld cambridgerollen in dit kader is dus erg belangrijk.
Beschikbaarheid stikstof
Bij een ongunstige structuur (koud/nat/zuurstofarm) verloopt afbraak van organische stof door het bodemleven vertraagd. Een beperkt activiteit van het bodemleven remt de mineralisatie (vrijmaken van N uit organische stof) en kan de nitrificatie (omzetting van NH4+ naar NO3-) vertragen. Tegelijkertijd neemt bij natte, zuurstofarme plekken de kans op denitrificatie toe (nitraat → gasvormige N), waardoor N verloren gaat. In de praktijk zie je dan vaak schrale gewassen ondanks dat ze bemest zijn; stikstof is óf nog niet beschikbaar, óf gaat verloren, óf wortels kunnen er onvoldoende bij.
Beschikbaarheid kalium en magnesium
Kalium en magnesium zijn mobieler dan fosfaat, maar opname blijft sterk gekoppeld aan watertransport en een actief wortelstelsel. Structuurschade kan zorgen voor langdurige natte/koude bodemomstandigheden met lage wortelactiviteit, of juist snelle uitdroging/korstvorming in de toplaag met stress. Beide situaties drukken de opname. In de praktijk kan dit leiden tot minder weerbaarheid (o.a. droogtestress) en kwaliteitsrisico’s, terwijl de totale voorraad in de bodem niet persé laag hoeft te zijn.
Ook de oplosbaarheid en vorm van micronutriënten wordt beïnvloedt door natte, zuurstofarme omstandigheden. Zo kan in sommige situaties mangaan juist beter oplosbaar worden, maar opname blijft alsnog beperkt als wortels slecht functioneren. Bij andere elementen (zoals Zn en Cu) speelt vooral de beperkte wortelontwikkeling en interactie met organische stof en pH een belangrijke rol. Voor borium en zwavel geldt dat het relatief gevoelige elementen voor uitspoeling zijn; een verstoorde waterhuishouding (plassen of afvoerproblemen) vergroten het risico.
Bron: Delphy, OCI



