Zaai waar mogelijk nog een groenbemester

Mustard sprouts grown for organic fertilizer – green manure (siderates)
Vanwege de hittegolven en, m.n. in het zuidwesten, uitblijven van neerslag is de opbrengst van de meeste gewassen lager. Ondanks dat er beregend is veroorzaken de hoge temperaturen van 30°C en hoger een slijtageslag die aardappelen en zaaiuien eerder laat afrijpen. De eerste hittegolf gaf al een vroege(re) tarweoogst. Vroeg gezaaide wintergraan had nog een prima opbrengst. Later gezaaide wintertarwe scoorde lager omdat daar de korrelvulling door de droogte werd verhinderd. Soms is er op deze vroeg vrijkomende percelen al een groenbemester ingezaaid. Veelal is er echter gewacht op voldoende regen. Gezien de uitzonderlijk droge bovengrond is wat er tot medio augustus gevallen is, nog niet voldoende voor een goede start van de groenbemester. Een tijdige ontwikkeling van een groenbemester geeft een grotere kans op meer massa (N-opname en een hogere organische stof productie). Zeker als er nog gezaaid moet worden is de kans groot dat een groenbemester pas in september zich gaat ontwikkelen. De N-opname zal minder zijn. Geef als er nog stikstof- (en fosfaat-) ruimte is, hooguit een matige drijfmestgift (eerder 60-80 kg N werkzaam dan 100-120 kg N werkzaam per ha). Bij gebruik van drijfmest moet er ook uiterlijk 15 september een groenbemester gezaaid zijn die in elk geval 8 weken blijft staan. Een andere optie is uiterlijk 15 september winterkoolzaad te zaaien of er worden nog dit najaar bloembollen geplant. Om bij de niet-vlinderbloemige groenbemester gebruik te kunnen maken van de N-gebruiksnorm moet de groenbemester voor 1 september zijn gezaaid na graan, graszaad of koolzaad en niet voor 1 februari volgend jaar worden vernietigd.
In droge jaren met lagere gewasopbrengsten wordt de (gegeven) stikstof minder goed benut en blijft deze relatief meer in de bodem achter. Zaai waar dat praktisch mogelijk is een groenbemester als vanggewas om de achtergebleven stikstof in het bouwplan te houden. Vooral bij intensievere bouwplannen waar na (vroege) aardappelen en zaaiuien geen wintergraan wordt gezaaid vermindert een vanggewas de kans op uitspoeling van stikstof.
Benut de resterende stikstof- en fosfaatruimte
Vanwege de verlaagde N-gebruiksnormen in de NV-gebieden is op veel bedrijven nauwelijks nog stikstof-ruimte voor het gebruik van dierlijke mest, waardoor er soms veel fosfaat-ruimte onbenut wordt. Een optie is dan om o.a. Betacal aan te voeren of vaste stro rijke mest, omdat hier de N:P verhouding gunstiger is (meer fosfaat per kg stikstof) van 1:3,5 t.o.v. varkensdrijfmest (1:0,9), rundveedrijfmest (1:0,6), geitenmest 1:1,3 of compost 1:2,25. Het gebruik van Betacal als kalkmeststof is op de zeekleigrond vaak niet direct nodig. Kalk werkt met name voor de verbetering van de bodemstructuur (en op zandgronden voor de pH). Bij meer dan 2% CaCO3 in de bouwvoor en een pH hoger dan 7 is de Betacal meer een voorraadbemesting en zal door de hoge pH ook niet gelijk werken. Gebruik Betacal m.n. op de kalkarme en/of zwaardere kleigronden NB: Strooi nooit Betacal op een perceel waar volgend jaar aardappelen komen te staan i.v.m. een groter risico op schurft! Vanwege de P-vrijstelling bij vaste strorijke mest en champost (van 25%) en compost (van 75%) telt het aangevoerde fosfaat bij deze organische mestsoorten niet 100% mee. De vrijstelling gaat in zodra er minimaal 20 kg fosfaat per ha van deze mestsoorten wordt toegepast en geldt tot maximaal de P-gebruiksnorm per ha.
Bron: Delphy



