Home > Strooien > Stikstofbemesting wintertarwe (voerkwaliteit) op zand/veen
Stikstofbemesting wintertarwe (voerkwaliteit) op zand/veen
Basisadvies
Juli
Leestijd:
1 minuut
Algemene bemestingsrichtlijn (kg N/ha)
1e gift: 140-Nmin; 100 maximaal
2e gift: 90 maximaal
3e gift: 0
NB. Dit is een landbouwkundige richtlijn. Let op de gebruiksnorm.
Opmerkingen:
Gebruiksnorm 2020 en 2021 = maximaal 160 kg N/ha.
Nmin meten in de laag 0-100 cm.
1e gift: bemestingstijdstip = begin uitstoeling; 1-2 spruiten per plant (DC 21-22).
1e gift: bij zeer lage Nmin-voorraden in het voorjaar kan de berekende adviesgift volgens de Nmin-formule hoger zijn dan de maximale gift. De tweede (maximale) gift blijft in dit geval gehandhaafd.
1e gift: bij zeer hoge Nmin-voorraden in het voorjaar wordt een minimumgift van 30 kg N/ha geadviseerd (als de berekende gift volgens de Nmin-formule lager is dan 30).
1e gift: verhoog de gift met 10 kg/ha als sprake is van een slechte structuur.
1e gift: blijft het gewas na de 1e gift (of ondanks een voldoende voorraad in het profiel) te schraal, geef dan een tussengift van circa 30 kg N/ha en dien de 2e gift volgens advies toe.
2e gift: bemestingstijdstip = 1-2 knopen (DC 31-32). Advies 2e gift geldt voor een opbrengst van > 9,5 ton. Is de opbrengstverwachting < 9,5 ton, strooi dan 20 kg N/ha per ton korrelopbrengst minder.
2e gift: als de Nmin-voorraad in het voorjaar zo hoog is dat de berekende 1e gift volgens de Nmin-formule lager is dan 30, dan moet de 2e gift worden berekend volgens de Nmin-formule 200-Nmin (Nmin is vastgesteld voorafgaand aan de 1e gift). Is met deze formule de berekende gift 20 of minder, geef dan minimaal 20.
Algemene bemestingsrichtlijn omgerekend naar verschillende Nmin-situaties
Kg N/ha bij Nmin >110:
50-120 verdeeld over drie giften:
1e gift = 30
2e gift = 200 – Nmin; min. = 20
Kg N/ha bij Nmin 40-110:
230 – Nmin verdeeld over drie giften:
1e gift = 140 – Nmin
2e gift = 90
Kg N/ha bij Nmin 0-40:
230 verdeeld over drie giften:
1e gift = 100
2e gift = 90
Korting op N-gift na onderwerken goed ontwikkelde groenbemester (opname circa 80 kg N in bovengrondse delen)
Type groenbemester
Onderwerken/afsterven in de herfst (met N-min meting in voorjaar)
Onderwerken/afsterven in de herfst (zonder N-min meting in voorjaar)
Korting op N-gift na onderwerken diverse oogstresten in herfst/winter en na scheuren grasland
Type oogstrest
N-nawerking 1e jaar (kg/ha)
N-nawerking 2e jaar (kg/ha)
N-nawerking 3e jaar (kg/ha)
Graan- en korrelmaisstro
0
0
0
Gewasresten van prei, knolvenkel en rode bieten
20
0
0
Gewasresten van bloemkool, broccoli, boerenkool en sluitkolen
30
0
0
Gewasresten van spruitkool
40
0
0
Bietenblad
30
0
0
Luzerne 1)
75
65
25
Gescheurd grasland 1)
- 1-jarig
50
0
0
- 2-jarig
100
0
0
- 3-jarig en ouder
100
30
0
1) Bemest u op basis van een Nmin-monster, ga er dan vanuit dat circa 1/3 van de bemestende waarde tot uiting komt in een hogere Nmin-voorraad in het voorjaar terwijl 2/3 gedurende het groeiseizoen tot beschikking komt voor het gewas.