Rendement behalen op mestaanvoer na de graanoogst
Nu het graan geoogst is en de percelen weer vrij liggen, rijst al snel de vraag: mag er nog mest worden aangevoerd, hoeveel kan er nog geplaatst worden en is uitrijden op dit moment toegestaan? Dit zijn logische vragen. De huidige mestmarkt is immers nog steeds zeer overspannen en er hangt nog veel mest “boven de markt”. Veehouders beschikken vaak niet over voldoende opslagcapaciteit om deze mest de winter door op te slaan. Daardoor lopen zowel de ophaalbedragen als de vergoedingen voor afname flink op. Voor akkerbouwers kan dit, mits er nog plaatsingsruimte is, een interessante kans zijn om deze zomer nog een goed rendement te halen op mestaanvoer.
Het is in deze situatie belangrijk om te kijken welke meststromen worden aangeboden en wat hun gehalten zijn. Er is namelijk een grote variëteit aan mestproducten en bewerkingen, die elk een eigen effect hebben op de werking en bruikbaarheid. Voor drijfmest onderscheiden we grofweg drie hoofdsoorten: rundveemest, varkensmest en digestaat. Alle drie hebben waarde voor de bodem en dragen bij aan de bodemgezondheid, maar de verhouding tussen stikstof en fosfaat verschilt sterk.
- Stikstof, en vooral de snelwerkende stikstof, zit vooral in minerale vorm in de dunne fractie.
- Fosfaat is daarentegen vooral gebonden aan organische stof en zit daardoor vaker hoger in dikkere mestproducten.
Voor toepassing in de huidige graanstoppel is de afweging belangrijk tussen het toevoegen van organische stof en het voorzien van de groenbemester van voldoende stikstof. Rundveemest heeft de voorkeur als het gaat om het verhogen van het organische stofgehalte. Het nadeel is echter dat de fosfaatruimte hierdoor sneller vol kan lopen dan de stikstofruimte. Het risico bestaat dan dat de groenbemester onvoldoende stikstof krijgt om goed uit te groeien.
Aan de andere kant zijn er de dunnere mestsoorten, zoals zeugenmest of digestaat. Deze leveren veel stikstof, waardoor de groenbemester snel kan ontwikkelen, maar voegen nauwelijks organische stof toe.
Belangrijk om hierbij te weten zijn de huidige regels voor mesttoediening. Op zand- en lössgronden mag drijfmest op bouwland worden uitgereden tot en met 15 september mits er een groenbemester wordt gezaaid die minimaal 8 weken blijft staan.
Kortom: het is van groot belang om inzicht te hebben in de resterende plaatsingsruimte op je bedrijf én helder te hebben welk doel je wilt bereiken. Gaat het je vooral om een goede start voor de groenbemester, of juist om het op peil brengen en houden van het organische stofgehalte in de bodem?
Bron: Delphy

