Bij maïs is timing van stikstof belangrijker dan hoeveelheid
Medio maart. Na een plaatselijk nat weekend halverwege de maand nu weer redelijk zonnige dagen, met een lekkere temperatuur (als je tenminste niet in de toch gure wind staat). Gevoelsmatig komt de lente eraan, maar hoe snel dit gaat? De tijd zal het leren, er kunnen immers ook nog hele slechte dagen komen. Wat betekent dit voor de bemesting van maïs?
Snijmaïs is een gewas met veel ‘emotionele’ kanten. De uiteindelijke verschillen in groei en opbrengst kunnen groot zijn. Zijn die verschillen te herleiden tot de bemesting of zijn er toch andere zaken die ook een rol spelen? Een redenatie kan zijn: “als ik voor 15 ton DS bemest, zal ik geen 20 ton DS oogsten”. Gevoelsmatig een heel zekere redenering, ook als je dit over een termijn van meerdere jaren bekijkt. Een belangrijk aspect in dit kader is wat er wordt meegeteld voor die bemesting. Is er sprake van aanvullende bronnen als een vanggewas of het langjarig gebruik van drijfmest? Maar houd ik ook rekening met het moment van vrijkomen van de voedingsstoffen uit de mest?
In onderstaand plaatje is te zien dat een heel groot deel van de N uit vaste mest en compost pas vrij komt als de mais niets meer opneemt. Ook drijfmest is niet 100 % passend, maar wel degelijk beter te benutten.
Conclusie: probeer de N-voeding van de mais net zo goed te synchroniseren als de voeding van de koe met pens synchronisatie. Met minder input kunnen we dan toch goede mais telen en de uitgespaarde mest is te benutten op het grasland!

Bron: PPP-Agro Advies



