Voldoende bodemvocht cruciaal voor opname van mineralen
Tot de tweede week van mei was het in grote delen van het land droog. De eerste natuurbranden zijn alweer geweest en de eerste beregeningsverboden zijn ook al van kracht. In het staatje van het KNMI doet dit jaar goed mee in het neerslagtekort. Deze ‘droogte’ is uiteraard van invloed op de hoeveelheid beschikbaar bodemvocht en hoe goed planten in staat zijn hun mineralen op te nemen.
Bij droge omstandigheden in de grond neemt de mineralenopname door het gewas af, omdat mineralen vooral naar de wortel worden aangevoerd via het bodemvocht. Zodra de bodem uitdroogt, wordt de waterfilm rond bodemdeeltjes dunner, neemt de verplaatsing van nutriënten naar de wortel af en daalt ook de wortelactiviteit. Daardoor worden vooral elementen die sterk afhankelijk zijn van wateraanvoer en massastroom minder goed opgenomen. Elementen zoals calcium en borium zijn weinig mobiel in de plant, de opname verloopt passief en gebrek treedt relatief snel op bij droogte. Doordat de vochtopname door de plant beperkt is en geen continue aanvoer kent, worden deze elementen dan ook slecht verdeeld in de plant. De algemene opname van water en (micro)nutriënten komt onder druk te staan wanneer de beworteling, de haarwortelontwikkeling en de transpiratiestroom afnemen. In bijvoorbeeld suikerbieten, mais, kool- en knolgewassen en peen kan boriumgebrek leiden tot zwarte harten en rot. Bij droge omstandigheden kan het daarom van belang zijn om borium als bladmeststof mee te geven om de plant zodoende toch te voorzien van voldoende borium.
Kalium speelt rol in vochthuishouding
Van kalium is bekend dat zij een belangrijke rol speelt in de vochthuishouding en van invloed is op de droogtegevoeligheid van het gewas; een goede kaliumvoorziening ondersteunt de waterregulatie, maar ook daarvoor moet voldoende vocht aanwezig zijn om opname mogelijk te maken. Fosfaat kan onder droge omstandigheden eveneens minder beschikbaar worden doordat de diffusie naar de wortel vertraagt. Dus bij droogtegevoelige gronden denken aan de kaliumbemesting en misschien iets meer geven dan de adviesbasis kan de plant helpen om zijn vochthuishouding beter op peil te houden.
Praktisch betekent dit dat bij droogte niet alleen de absolute voorraad in de bodem telt, maar vooral de beschikbaarheid in de bodemoplossing, de doorworteling en de continuïteit van wateraanvoer. Het gemeten gehalte aan een mineraal zit er dus wel, maar slechts een deel daarvan is dan ook beschikbaar in droge situaties. Ook hier komt dan uiteindelijk weer de bodemconditie van uw perceel in beeld. Hoe beter de bodemstructuur van het perceel is, hoe beter de beworteling is en hoe beter de plant in staat is om nog vocht en nutriënten op te nemen.
De resultaten rond druppelirrigatie en fertigatie sluiten hierbij aan: door water en nutriënten dichter en regelmatiger bij de wortelzone aan te bieden, kan de benutting verbeteren en droogtestress op de opname worden beperkt. Er vindt meer groei plaats met als resultaat een opbrengstverhoging.
Bron: Delphy



